Post Tagged ‘vlas’

Soms zie ik mij als roter aan de Leie
kapellen bouwen boven de rivier
wier gouden haren strelen de voorbije
oorlogswinter van Der Offizier.

Dan ben ik in een vlassershuis geboren,
pluk ik druiven voor een Fransman ver van hier,
kan geen kwade geest mijn kinderkruin bekoren,
wuif ik zingend naar een Britse vliegenier.

Maar blijkt diezelfde kruin ook uitverkoren
voor bommengein en ander loos gedoe,
dan brul ik even hard als de motoren,

ontwaak ik als een kickbokskangoeroe,
een tiental jaren later met senioren
bevrijd en wel rond onze barbecue.

Advertenties

Waarde wereld

Gisteravond ben ik gaan kijken naar een bloemspeling. Mooi woord trouwens, bloemspeling. Dit was de tweede die ik zag.
Het ging deze keer over de Leie en de Atlantische, een handvol noeste vlassers en de Bronx. Als die laatste vijf letters je weinig meer zeggen dan de paringskreet van een overijverig gordeldier, dan moet u dit weten: loop er niet alleen rond, vooral ’s nachts.
Ja, er is een rode draad, maar die ontrafelt u zelf maar. ’t Was gebaseerd op jeugdboeken waarvan ik er een in der haast heb ontleend uit de bib-in-mijn-achtertuin, zodat ik alvast een aanknopingspunt had. Het was mooi, heel mooi. Dat had ik ook verwacht, want ik hou nogal van dat nostalgische grootoudersverhaal waarbij een vlasser het roten vaarwel zegt om van de met goud geplaveide straten te proeven, u weet wel. Zeker omdat mijn grootvader ook vlasser is geweest in zijn jonge jaren.  O ja, kinderen en volwassenen deelden de scène, gewaagd maar ook uiterst geslaagd.

Als een mens dan toch in de bibliotheek is, zou het zonde zijn om niet meteen een boekenvracht mee te zeulen.
Ik wil absoluut niet dat u me rekent tot het -helaas nogal uitgebreide- groepje bibliofielen dat steeds dezelfde, uitgekauwde, bekende koppen ontleent. Dikwijls volg ik mijn neus en kom ik met een boek naar huis waarvan de inhoud -en niet te vergeten de stijl- me erg aanspreekt, of dat nu van een bekende of onbekende schrijver is. Vaak wordt mijn neus nogal opgewonden als ze een zonder meer fantastische eerste zin ziet. (Neuzen kunnen zien overigens. Wist u dat niet? Klik hier voor de recente wetenschappelijke studie van de universiteit van Oxford over het pas ontdekte zicht van menselijke neuzen .) Het is een cliché, maar volgens mij zult u weinig boeken

vinden die slecht zijn, als de eerste zin uw literaire G-spot beroeren kan. En ja, ook die bestaat. U denke aan de vergelijkbare smaaksensatie van een versgebakken chocolademoëlleux. Kijk, daar heb je mijn pavlovreflex al.

Kenmerkend aan neuzen is helaas dat ze zowel paradijselijke jasmijnen als meermaals uitgebraakte mammoetkeutels ruiken, zodat er zo heel af en toe ook wel een mindere tussenzit. Zo had ik eens een Brusselmans achter de kiezen die ik qua stijl wel kon smaken, en ik dacht: nog eentje. Maar die heb ik toen na een blad of drie onder ’t stof gelaten. De veelschrijver verrast me af en toe met zijn stijl, maar die is voor mij nu ook weer niet zo overrompelend dat er geen verhaal in het boek moet zitten om het te kunnen uitlezen. En dat verhaalloze, dat is bij de langharige topauteur helaas vrij vaak het geval. Eén schrijver heeft mij tot nu toe, zonder noemenswaardige plot, over de streep getrokken: Bernlef. De titel van het boek ontsnapt me even, maar door zijn stijl las ik het in een trek uit. Daarom heb ik de goeie ouwe man opnieuw ontleend. Ik kan bijna niet wachten om hem te lezen.

Omdat harde principes er ook zijn om af en toe te relativeren, heb ik Bernlef deze keer aangevuld met een resem andere bekenden.
David Pefko en Haruki Murakami, je kan geen tijdschrift meer openslaan zonder dat ze erin staan. Dan wil ik toch weten waarom.
Als ik het weet, meld ik het u.

Tjiftjaf