Post Tagged ‘verengelsing’

Het gebeurt elke dag, maar laat me donderdag jongstleden als voorbeeld nemen.

Ik zat in de les en dat ging zo.
Blablabla blue collars blablabla hoge fee-earners blablabla effective tax rate blablabla issue blablabla poolen blablabla crossborder handel blablabla research and development.

Mijn oren hadden slechts enkele minuten nodig om te beginnen suizen van al dat compleet overbodige Engels.
Mogen we in België niet gewoon aan onderzoek en ontwikkeling doen?
Waarom over blue collars praten als je het over arbeiders kan hebben?
Waarom moeten mensen plots een hoge fee earnen? Mogen ze niet langer goed verdienen of een grote wedde hebben?
Bestaat internationale handel niet meer? Klinkt het pompeuze crossborder dan zo veel beter?

Als je het mij vraagt: integendeel.

Ik kan nu nog enigszins begrijpen dat er een jargon is ontstaan in bepaalde studies en dat men het uiteindelijk gewend is geworden om over dingen zoals research and development te spreken. Maar in godsnaam, waar komen dan die hoge fee-earners vandaan? Dat is zelfs een mengeling van Nederlands en Engels, niet eens consequent dus.

Alsof het lot mij wilde tarten, kwam ik die avond op de trein schuin tegenover een andere taalmiskenner te zitten.
Ik durf er mijn twee typende handen op te verwedden dat hij niet tweetalig was opgevoed. En toch schipperde hij voortdurend tussen twee talen. Midden in een zin sprong hij van het Nederlands op het Engels, à la Astrid Bryan. De kalende spraakwaterval had het schijnbaar over de studies van een kennis.

Enkele flarden uit het gesprek:

“Ik vroeg hem om dat even voor me te doen, maar hij wilde niet. En dat terwijl ik zo veel voor hem gedaan heb. Dan denk ik van: I’m asking for one hour en je doet het nog niet.”

“Wat er ook gebeurt, I don’t care anyway.”

“Hij is zich vermoedelijk aan het voorbereiden op de worst possible outcome.”

Van nature ben ik een rustig iemand, maar geloof me – ik had die kwibus ei zo na uit het openstaande treinraampje gezwierd.

Ik heb het al eerder gezegd en zal het blijven zeggen: durf toch Nederlands te praten! Punt.

Gegroet

De even erg toornige tjiftjaf.

Advertenties

Spreek me niet van taalpurisme, maar we mogen toch een beetje fier zijn op onze eigen taal. Of liever: we moeten er ons niet ostentatief voor generen. Tegenwoordig gebeurt dat laatste maar al te vaak. We gaan te pas en vooral te onpas Engelse woorden gebruiken voor zaken die perfect in het Nederlands gezegd kunnen worden. Ziedaar, gewaardeerde bloglezer, de verengelsing van de samenleving.

Na een veel te lang gebazel over Alevieten- de  anekdotische waarde niet te na gesproken- kopte de diapresentatie (slideshow voor de liefhebbers) van één mijner gastprofessoren het simpele woord break. U walgt? Ondergetekende evenzeer. Meneer was klaarblijkelijk even het woord ‘pauze’ vergeten. Pauze. Vijf letters, evenveel als break. Ik begrijp dat hij weigerde het woord ‘lesonderbreking’ te titelen, louter vanwege plaatsgebrek op het scherm, maar die redenering houdt geen steek als het over ‘pauze’ gaat. Is het dan omdat het, hoe zeggen ze dat tegenwoordig, ‘beter bekt’? Ligt het woord break dan zoveel beter in de mond dan ‘pauze’? Of is het omdat hij zich een polyglot wil tonen? Of een wereldburger? Kosmopoliet of niet, durf toch je eigen taal te gebruiken bij een lezing aan een universiteit in het Nederlandse taalgebied. Ik weet dat enkelen op dit moment van mening zullen zijn dat deze alinea muggenzifterij is rond één enkel woord. Dat spreek ik fel tegen. Het gaat, jazeker, om het clichématige principe. Wees toch niet zo beschaamd om je eigen cultuur te verdedigen, of beter: om die niet in alle openheid de rug toe te keren. Kleinburgerlijk bekrompen is het. Punt.

Weinigen zullen dit graag horen, omdat velen het doen. Je kent het wel: de happybirthdayberichten op een facebookprofiel. Niets tegen het Engels, de nieuwe lingua franca, maar waarom moet die het Nederlands vervangen? Ze neemt wat mij betreft een ideale voortrekkersrol in het cementeren van leemtes die ontstaan door de technologische revolutie: geen probleem dus met ‘gsm’, ‘gps’, ‘computer’ en dergelijke. Daar zijn nu eenmaal geen Nederlandse woorden voor. Het is achterhaald om er dan achteraf een Nederlands woord voor te verzinnen, wat de chauvinistische Fransen dan wel weer doen (ordinateur, remember). Maar als het woord in kwestie bestáat in je eigen taal, waarom moet je het dan laten wegdringen door een vreemd woord? En met alle respect, maar bij ‘happy birthday’ denk ik eerder aan barensweeën en een bloederige moederkoek, dan aan een gezellig verjaardagsfeestje. Eat that.