Post Tagged ‘taal’

Taalvraag

Geplaatst: 30 oktober 2011 in Gedichten
Tags:, ,

Dit is de eerste keer dat ik een peiling ofte poll doe op deze blog.
Ik hoop dan ook dat het werkt. Klik erop los! Ik ben alvast benieuwd naar de resultaten én naar de verschillen tussen beide peilingen 😉

Peiling 1

Peiling 2

Advertenties

Spreek me niet van taalpurisme, maar we mogen toch een beetje fier zijn op onze eigen taal. Of liever: we moeten er ons niet ostentatief voor generen. Tegenwoordig gebeurt dat laatste maar al te vaak. We gaan te pas en vooral te onpas Engelse woorden gebruiken voor zaken die perfect in het Nederlands gezegd kunnen worden. Ziedaar, gewaardeerde bloglezer, de verengelsing van de samenleving.

Na een veel te lang gebazel over Alevieten- de  anekdotische waarde niet te na gesproken- kopte de diapresentatie (slideshow voor de liefhebbers) van één mijner gastprofessoren het simpele woord break. U walgt? Ondergetekende evenzeer. Meneer was klaarblijkelijk even het woord ‘pauze’ vergeten. Pauze. Vijf letters, evenveel als break. Ik begrijp dat hij weigerde het woord ‘lesonderbreking’ te titelen, louter vanwege plaatsgebrek op het scherm, maar die redenering houdt geen steek als het over ‘pauze’ gaat. Is het dan omdat het, hoe zeggen ze dat tegenwoordig, ‘beter bekt’? Ligt het woord break dan zoveel beter in de mond dan ‘pauze’? Of is het omdat hij zich een polyglot wil tonen? Of een wereldburger? Kosmopoliet of niet, durf toch je eigen taal te gebruiken bij een lezing aan een universiteit in het Nederlandse taalgebied. Ik weet dat enkelen op dit moment van mening zullen zijn dat deze alinea muggenzifterij is rond één enkel woord. Dat spreek ik fel tegen. Het gaat, jazeker, om het clichématige principe. Wees toch niet zo beschaamd om je eigen cultuur te verdedigen, of beter: om die niet in alle openheid de rug toe te keren. Kleinburgerlijk bekrompen is het. Punt.

Weinigen zullen dit graag horen, omdat velen het doen. Je kent het wel: de happybirthdayberichten op een facebookprofiel. Niets tegen het Engels, de nieuwe lingua franca, maar waarom moet die het Nederlands vervangen? Ze neemt wat mij betreft een ideale voortrekkersrol in het cementeren van leemtes die ontstaan door de technologische revolutie: geen probleem dus met ‘gsm’, ‘gps’, ‘computer’ en dergelijke. Daar zijn nu eenmaal geen Nederlandse woorden voor. Het is achterhaald om er dan achteraf een Nederlands woord voor te verzinnen, wat de chauvinistische Fransen dan wel weer doen (ordinateur, remember). Maar als het woord in kwestie bestáat in je eigen taal, waarom moet je het dan laten wegdringen door een vreemd woord? En met alle respect, maar bij ‘happy birthday’ denk ik eerder aan barensweeën en een bloederige moederkoek, dan aan een gezellig verjaardagsfeestje. Eat that.

Vandaag botste ik op dit citaat en ik kon het niet laten liggen:

“Wie meer dan één taal kent, leert zich aanpassen en betrapt zich op nieuwe gedachten. Ook letterlijk, want een taal is een venster naar een nieuwe wereld waar woorden hangen aan begrippen die net even anders zijn, die je op het verkeerde been zetten. ”
Louise Fresco.

Talen en culturen zijn uiterst nauw met elkaar verbonden. Als je de taal van een bevolkingsgroep hoort of leest, neem je meteen ook hun cultuur in je op. Wij Vlamingen en Nederlanders zijn een gezellig volkje met mensen die tegelijk kosmopoliet en dorpsbewoner zijn. Dat laatste zie je aan de typische verkleinwoorden die bij ons vaak een bijzondere betekenis hebben. Als wij ’s middags een koffietje gaan drinken bij de buren, ’s avonds een pintje gaan drinken op café en ’s nachts een uiltje knappen, dan betekent dat niet dat we een minikoffie en een minipint drinken en een zeer korte slaap hebben. Het is gewoon een uiting van gezelligheid. Dat vind ik prachtig. De Inuit hebben bijna twintig verschillende woorden voor ‘sneeuw’, maar kennen het woord ‘kameel’ niet. Daardoor alleen al kan je een deel van hun beschaving denkbeeldig reconstrueren. Je weet in elk geval dat je ze niet in de Sahara moet zoeken. Taal is dus veel meer dan een communicatiemiddel.

Vandaar mijn pleidooi voor een correcter taalgebruik. Een typfout overkomt eenieder op een rusteloos moment, maar je kan het niet keer op keer als excuus gebruiken voor je dt-fouten. Is het werkelijk zo moeilijk om ‘ik vind’ en ‘vind je’ te schrijven? Luiheid kan je niet inroepen, want het kost je een letter meer om ‘ik vindt’ en ‘vindt je’ te noteren. Is het echt te veel gevraagd om die kleine regeltjes, die nota bene je eigen moedertaal vormgeven, te onthouden? Het gaat niet alleen om dt-fouten, maar ook om andere fouten. Het is haast niet bij te houden hoe vaak ik ‘electriciteit’ en ‘copie’ lees, en enorm veel mensen schrijven en presenteren met de woorden ‘voor te’ in plaats van ‘om te’. Dat laatste werkt me echt op de zenuwen, zeker aangezien de fout zelfs op de nationale televisie voorkomt. Met alle respect voor de wonderlijke omgang met kinderen en de creativiteit van de ketnetwrappers, maar ik zag haast geen enkele presentatie correct gebeuren. Dan denk ik: je spreekt wel tegen de kinderen, de toekomst! Het is bewezen dat kinderen bijna evenveel zaken in zich opnemen via de televisie als ze doen via de school. Denk daar alstublieft aan en spreek niet in een tussentaal op nationale media, tenzij in series e.d. Ik heb geen enkel probleem met dialect, integendeel. Dialecten zijn enorm belangrijk voor een cultuur en mag je spreken, als je maar kan overschakelen op het algemeen Nederlands, zowel bij het spreken als bij het schrijven. Ik heb bijvoorbeeld les gehad van universitair geschoolde ingenieurs en economen* die ongetwijfeld een uitstekende kennis hebben van hun vakgebied, maar die erin slagen om in één cursus een tiental (tiental!) grove schrijffouten te maken. Als tegenargument zijn sommigen dan geneigd om je drie moeilijke integralen en een matrix voor te leggen en je vervolgens om een oplossing te vragen. Gegarandeerd dat ik het niet kan, ik geef het je hier op een blaadje. Maar dat is niet de essentie. Ik kan tenminste rekenen en meer dan dat. Ik ken de basis van de wiskunde. Leer dan alstublieft de basis van je eigen moedertaal! Voor mij staan de dt-regels en consorten gelijk aan rekeningoefeningen zoals 17+22=39. Je leert het allebei in het lager onderwijs.

 

 

(*Niets tegen ingenieurs en economen die wel kunnen schrijven voor alle duidelijkheid 😉 De personages fungeerden hier louter als voorbeeld.)