Post Tagged ‘NMBS’

Met uw zatte botten hebt u me vandaag -wederom- twintig minuten langer in de kou laten staan en, kolderiek als u is, hebt u mij na afloop dezer minuten in een nauwelijks veredeld sardineblik gestopt, waar de temperatuur zo mogelijk nog lager was doordat iemand uwer geledingen het klaarblijkelijk uitermate amusant vond de airco aan te steken om midherfst te vieren op pendelaarskwellende wijze.

Bij monde van uw meest West-Vlaamse omroepster -die u ongetwijfeld hebt aangeworven na een uiterst strenge selectieprocedure waarbij eenieder die ‘hèhihèheheuhehi’ niet met voldoende intonatie uitspreken kon, een enkeltje heimat werd gegeven- hebt u me laten weten dat die vertraging te wijten was aan een defecte overweg en nog iets gelijkaardigs (evenzeer NMBS-gerelateerd).

Bij monde van slechts één conducteur hebt u de eerste klas ooit eens op een ver vervlogen treinritje gedeklasseerd wegens ‘nogal druk’ op een van uw ei zo na omver vallende, krakkemikkige tuigen. De anderen denken er nog niet aan.

Bij monde van nog verschillende andere personen van uw zelfingenomen organisatie hebt u respectievelijk laten weten dat u ‘niets aan de vertragingen kan doen’  (wie dan wel?) en  -de zieligheid ten top- dat de vertragingen niet de schuld zijn van de NMBS, maar van ‘persoonsongevallen’ (die echt niet de hoofdmoot uitmaken -gelukkig maar- van de vertragingsoorzaken) en ten slotte dat ‘de treinreiziger zelf egoïstisch is’.

Bij monde van uw arrogantste bullebak hebt u, voor mijn ogen en dat van een vijftigtal anderen (die overigens tijd genoeg hadden om het schouwspel gade te slaan, gezien de vertr… inderdaad), twee ongetwijfeld noest werkende pendelaars de toegang tot de trein ontzegd, omdat ze -volgens uw visie op tijd, die om voor de hand liggende redenen  nergens op slaat- te laat waren. Ik herhaal: te laat waren. Ironie is nooit ver weg bij de Nationale Maatschappij der Belgische Stakers. Overigens begrijp ik natuurlijk dat u uw vertragingen, die nu al de spuigaten uitlopen, niet nog meer wilt doen oplopen, en daarom argeloze reizigers liever meteen de sigarenrol toestopt dan achteraf, maar als de bullebak in kwestie, na het strategisch in het portiersgat placeren van zijn meer dan goedgevulde ondertorso en het obstinate weigeren van het instapverzoek der NMBS-klanten, nog zeker anderhalve minuut ostentatief links en rechts staat te kijken (wellicht om te zien of er ‘noch reizigers aan het opstappen waren’), dan spreek ik van moedwillige idiotie.

Dezelfde idiotie, maar dan op een ferm waterbedje van omfloerst opportunisme, kwam aan bod in uw Jaar der Stakingen. Ik ben de tel kwijt, maar de kranten hebben het steevast over vijftien en meer, dus laten we het daarbij houden. Letterlijk. Met alle respect voor het stakingsrecht, maar het verliest elk greintje overtuigingskracht als het meer regel dan uitzondering wordt. Ik had u dan ook vriendelijk willen verzoeken even uw Über-ich te laten heersen over uw vat vol stakingsdriften, maar ik vrees dat ik ook dan van een erg kale (trein)reis zou terugkomen, aangezien u wellicht evenveel kaas gegeten hebt van Freud als van het …euh… beheren van een spoorwegnet. Vandaar dat ik mij per uitzondering in enigszins andere bewoordingen tot u richt:

Zorg dat u al uw schijnheilige senielen en vooroorlogse hypocrieten aan het werk zet om eindelijk te doen wat ze in hoofdzaak moeten doen: mensen vervoeren, met de nadruk op mensen (en geen steenkool die van nature zwijgzaam is en niet kan kraaien om een vertragingske hier en een stakingske daar). En aan alle lezers die zich in mijn relaas in alle helaasheid over dezelfde kam geschoren zagen:

hiervoor onze verontschuldigingen.

Met het hoogste misprijzen

De Toornige Tjiftjaf

De afgelopen maanden heb ik wel eens de trein genomen telkens net na en net voor het weekend, om voor de hand liggende redenen. Af en toe was dat zelfs -hou je vast- plezant, boeiend, leerrijk en een klein beetje reizen. Veel vaker echter was het een zoveelste ervaring van non-beleid op landelijk niveau.

Het lijkt wel alsof een ontsnapte halvegare constant aan een geheim paneel zit te prutsen, ergens in de ongure kelders van de NMBS Holding (of in de kelders van Infrabel of die van NMBS Mobility of die van NMBS Logistics of die van nog een andere verdoken bureaucratie). Een paneel waarop dikke zwarte knoppen staan, van die Amerikaanse lanceringsknoppen, die met een simpele druk erop een duivels mechanisme activeren:

KNOP 1:  sabotage bovenleiding
KNOP 2:  sabotage locomotief
KNOP 3: bevriezen wissel
KNOP 4: uitschakelen stroom
KNOP 5:  diefstal staalkabel

De rest van deze mythe mag u zelf verzinnen.
Halvegaren genoeg bij de NMBS en vooral bij de spoorvakbonden, dat moge nu wel duidelijk wezen.
Om niet iedereen over dezelfde luizenkam te scheren: akkoord, deze week ontmoette ik een pracht van een treinbegeleider. Een uiterst sympathieke West-Vlaming die zijn fluit met trots mag dragen. De conducteur wenste me een goede reis en wees me er lachend op dat ik mocht kiezen tussen… de koude en de warme coupé. In een van de wagons was de verwarming immers kapot (plaatselijke uitwerking van KNOP 4?) en in de plaats daarvan had de airco besloten dat zijn winterslaap gedaan was. Je hoort het goed: de airco begon te blazen terwijl het zo koud was dat zelfs de sporen halfbevroren waren en er vonken uit, jawel, de befaamde bovenleiding sprongen. Om maar te zeggen: humor kan veel relativeren, maar er komt ooit een eind aan.

Het recht op staken is er en mag m.i. gebruikt worden als je zelf je werk goed doet en als de staking noodzakelijk, nuttig en proportioneel is.

Over dat eerste is alles al gezegd.
Noodzakelijk wil zeggen dat er geen enkel ander alternatief tot hetzelfde resultaat kan leiden.
Even aangenomen dat dit zo is, bekijken we de overige twee: nuttig is het stakingsrecht alleen als het zijn ware functie vervult, nl. een duidelijk en dwingend signaal van de vakbond aan de bevoegde overheid dat een bepaalde maatregel ingaat tegen zwaarwichtige belangen van de personen die de vakbond verdedigt. Die belangen zijn hier de pensioenrechten, dat spreekt. Evenwel rijst de vraag of een signaal, een algemene staking in dit geval, nog duidelijk en dwingend kan zijn als het meer wel dan niet wordt aangewend doorheen het jaar en als het even vaak te onpas als te pas wordt gebruikt. Proportioneel is het niet te noemen, want het economisch verlies en de hinder voor de reizigers zijn meestal onnoemelijk veel groter dan de schamele resultaten die uiteindelijk behaald worden na verloop van de staking.

Bovendien is en blijft de NMBS tot op heden een overheidsbedrijf. Het heeft als taak om voor elf miljoen Belgen in degelijk openbaar vervoer te voorzien, en dit dagelijks en niet met om de twee weken een wilde staking ertussen. De openbare dienstverlening moet voortduren, net zoals in gevangenissen en ziekenhuizen het geval is.  Vertragingen, een kleiner kwaad, moeten eveneens weggewerkt worden. Als ze eens zouden beginnen met hun ingewikkelde structuur omver te gooien en naar een centraal beleid te streven, zou alles toch al iets vlotter kunnen verlopen.

Dat de hoofdstad Chisinau is en dat het ergens rechts ligt, in het oosten, niet zo ver boven Turkije.
Tot zover mijn oorspronkelijke kennis over Moldavië, die ik pas uit de diepten mijner geest kon halen na enkele overpeinzingen waarin uiterst grappige flashbacks opdoken van voormalige leerkrachten aardrijkskunde.

Die schamele puntjes werden gisteravond voorzien van een breed cultuurhistorisch reliëf – asjemenou!
Rond een uur of halfzeven op een perron in de stad van het Manneke Dat Gaarne Urineert had ik, samen met een medeforens, het heuglijke genoegen een Moldavische jonkvrouw tegen het lijf te lopen – afijn, figuurlijk dan.  Ze had iets mee van een airhostess, met haar opvallende sjaaltje. Ze sprak ons aan en vroeg of deze trein wel echt naar zijn bestemming zou gaan en of hij niet zou ‘splitsen’, want dat gebeurde soms, zei ze, en daar had ze een hekel aan. Die treinen in België. Niet te doen. Ik vond haar op slag sympathieker.

Wij moesten toevallig dezelfde richting uit en daar was ze blij om. Zo konden we haar tonen waar ze moest uitstappen.
Ergo mejuffrouw de Moldavische -nomen nescio- wipte haar kastanjebruine lokken achterover en nam plaats naast ons in de krakkemikkige treincoupé. Leuk.

“I study communication”

Mijn ogen waren nog maar net bijgekomen van de Moldavische reisgezellin, toen ze het bewijs begon te leveren ook een spraakwaterval te zijn. Nu ja, we hadden het aan haar eerste zin al kunnen weten: “I study communication.”
Ze is aan twee universiteiten tegelijk ingeschreven, een in Moldavië en een in Brussel. In Moldavië studeert ze toerisme omdat ze graag reist. Ze kent naar eigen zeggen zes talen. Maar dat is niet voldoende, want in Moldavië kan je doctor of professor voor je naam staan hebben, je verdient er nauwelijks je brood mee. Enkel als je een familiebedrijf uit de grond kan stampen, en dat was haar ouders gelukkig gelukt.

Door haar niet onfortuinlijke lotsbestemming kon ze het zich veroorloven naar Brussel te komen om zich toe te leggen op communicatie in al zijn facetten, onder meer het doceren van Moldavische cultuurwetenschappen aan leergierige medereizigers, juist ja. Haar nonkel springt bij als sporadische gastheer annex geldschieter. En geld, daar draait alles om in Moldavië. Volgens de babbelgrage nimf krijg je aan een Moldavische unief pas je voldoende op zak als je uit diezelfde zak zo’n 10 euro opdiept. Ik schrok mij een ongeluk. De onverholen corruptie buiten beschouwing gelaten is dat bedrag niet veel. Behalve dan als je weet dat een gemiddelde leraar het moet stellen met een maximumwedde van 200 euro per maand. En dat de consumptieprijzen in het land van de Daverende Mollen  niet veel lager liggen dan bij ons. Weeral bijgeleerd.

“All Flemish people are racists”

Wat doe je als een willekeurige buitenlandse op je trage intercity opduikt en beslist om de bijna twee uur durende rit naast je door te brengen? Vragen naar haar eerste indruk van België. En dat was me er eentje. Cherry beer en chocolat kwamen pas veel later bovendrijven, het eerste wat ze zei was bovenstaande quote. Verontwaardigd als we waren, spraken we haar tegen in ons beste Engels, maar het mocht niet baten. De Moldavische 19-jarige haalde een stuk of vijf concrete voorbeelden aan om haar stelling te staven. Ze leren daar duidelijk wat, in communicatiewetenschappen. Mevrouw had ons bijna onder het minuscule treintafeltje gepraat toen een sympathieke twintiger opdook. Hij was kandidaat-gerechtsdeurwaarder. Ik dacht bij mezelf: de trein nemen kan dus tóch nog aangenaam zijn. Hij stond ons bij in de verdediging van Vlaanderen en België, hij zei dat de hetze zich voornamelijk afspeelde op politiek niveau en hij overtuigde haar ei zo na van het feit dat een Vlaming die in de Ardennen een Waal ontmoette deze niet meteen een kopje kleiner zou maken. Oef. De burgeroorlog was afgewend. Ik had al veel gehoord over ons imago in het buitenland, maar dit was toch de eerste eigen ervaring.

In Moldavië hebben ze, net zomin als bij ons, bergen. Er is ook geen zee te bespeuren, enkel bos.
Hun traditionele geil gerechtje zou Zama heten. Of zoiets.
Uit haar Engelse woordenvloed kon ik opmaken dat het een heel speciale groentensoep was.
Dat iedereen er stapelzot van was, in het verre Moldavië. En dat we het zeker ook eens moesten proberen. Maar dan moesten we wel naar Moldavië gaan, want de ingrediënten zijn enkel daar te vinden. In een flits zag ik een gesluierd omaatje voor mijn geestesoog, compleet met bamboestok in de hand, roerende in een soortement maniokketel, terwijl ze mompelt “nu nog twee keutels van de Tasmaanse Duivel”. Ik hou het voorlopig bij een kleintje met ketchup.