Post Tagged ‘Lieve Joris’

Toen ik me medio december in het Antwerpse Crowne Plaza aanmeldde als kandidaat voor het Groot Dictee kreeg ik terstond een lawine aan Groene Boekjes over me heen, waar niet zelden een dicteenomade aan vast leek te hangen. Dan weet je wel hoe laat het is. Zelf had ik ook het Boekje bij me, drie dagen eerder op de kop getikt. Voorlopig bleef het in mijn schoudertas zitten.

In de lobby van het hotel was het opvallend stil. Ik knoopte een kort gesprek aan met een dame van in de zeventig. Ze zou later de oudste deelneemster blijken. Een andere kandidate was aan het wachten op haar kind, dat niet veel later arriveerde met een spandoek voor mama. Ik ontmoette ook opvallend veel andere vertaalstudenten en vertalers. Een hoge haardos bewoog zich plots door de gezellige drukte. Marleen Merckx was aangekomen, samen met de andere prominenten. Elk van ons kreeg De Morgen in de handen gedrukt, maar die zou weinig gelezen worden onderweg.

Koetjes, kalfjes en kasuarissen

Wat volgde was een busrit waarop ik leuke mensen ontmoette, gesprekken voerde met die leuke mensen, en me bij elk pseudomoeilijk woord dat zo’n leukerd in de mond nam luidop afvroeg hoe je dat nu weer spelt – een fenomeen waar ik niet het enige slachtoffer van bleek en dat uiteindelijk epidemische proporties zou aannemen. Na een tijdje praatten we ook niet langer over koetjes en kalfjes, maar over kasuarissen en przewalskipaarden.

Toen de man aan de overkant van het gangpad plots mijn Groene Boekje aanwees -‘eindelijk iemand die de nieuwste editie bij zich heeft’- werd mijn vermoeden bevestigd dat ik met de taaladviseur van de VRT te maken had. Van de weeromstuit wierp ik mijn Verkavelingsvlaams op de bagageplank -sta me toe de veredelde hoedenplank beurtbalkjesgewijs die naam te geven- en haalde ik mijn Algemeen Nederlands boven. Achteraf bekeken heeft die busoefening haar nut bewezen toen ik na de finale een woordje mocht zeggen voor de camera, maar Joost mag weten hoe er überhaupt nog iets over mijn lippen kwam nadat het leeuwendeel van mijn verbiage tijdens het Dictee al afrit Parkerpen gekozen had. Bovendien zei Corry Hancké, een journaliste bij De Standaard die als BV meedeed, me nog op de bus dat ik zenuwachtig was. Ze sloeg nagels met koppen, maar ik durf het achteraf bekeken gezonde stress te noemen.

12399114_10206917326004156_1128406335_n

Die Parkerpen, daar heb ik overigens een klein dozijn binnensmondse vloeken aan gewijd. Geloof me vrij: het is geen goed idee om voor het eerst met een vulpen te schrijven op het Groot Dictee. Zo was ik als totale pennenleek oprecht verbaasd toen het ding plots besloot zijn inktgespui te staken- achteraf werd me verteld dat je er dan mee hoort te schudden. Het zou handige info zijn voor een volgende keer als volgende keren niet a priori (twee woorden met een spatie) uitgesloten waren. Als het een a-priorikeus (één woord met een koppelteken) was geweest, dan wist ik het wel.

Maar wat praat ik hier over pennen, de bus was amper aangekomen. Die bus was overigens niet het Binnenhof opgereden, wat ik min of meer verwacht had, maar was gestopt in een belendende straat. We staken over, passeerden een haringenkraam en liepen de rode loper op. De Tweede Kamervoorzitter was net opgestapt, maar wij hadden iets anders aan ons hoofd. Na lang wachten (lees: bitterballen eten) in de Noenzaal,  bracht een belleman de gestreste janboel van Dicteedeelnemers tot bedaren: ‘Dames en heren, volgt u mij voor het Groot Dictee der Nederlandse Taal!’

Gruttenpap en krentjebrij in bomma’s fauteuil

Het Dictee was een parel. Je hoort het goed, verkleinwoorden zijn in dezen uit den boze. Hoewel het thema eigenlijk voor de hand lag – het heen-en-weer tussen Vlaanderen en Nederland weerspiegelt perfect de nieuwe competitieve insteek – had ik daar helemaal niet aan gedacht. Zo zei ik achteraf tegen Lieve Joris dat ik halvelings verwacht had de vluchtelingencrisis op mijn bord te krijgen. Ze had even met het idee gespeeld, maar was uiteindelijk toch bij haar heimat gebleven, met een prachtige wisselwerking tussen Vlaamse en Nederlandse huiselijkheid als gevolg. Helaas heb ik mijn ingestudeerde sjiieten en soennieten thuis moeten laten.

Na het Dictee werden we opnieuw naar de Noenzaal geëscorteerd. Zowel dat escorteren als die Noenzaal mag je vrij letterlijk nemen. Een horde selfieamateurs werd van de gepolitoerde banken gejaagd om de rest te vervoegen richting banket. Net als op de bus heb ik er geweldige mensen ontmoet. Ik at er zwaardvis, luisterde met een half oor naar discussies over apostroffen en koppeltekens, en wachtte ongeduldig tot de belleman opnieuw zou verschijnen. Dat deed hij een dik uur later (de jury had last met een aantal ex aequo’s… en de hanenpoten van een Nederlandse journalist die daardoor zijn foutenaantal nogal zag oplopen).

Brand in Mokum

Bij de verbetering bleek ik tot mijn verbazing de typisch Nederlandse woorden correct te hebben. Voortaan kan ik zonder problemen jij-bakken pareren. Nog nooit gehoord van een linkmiegel, maar ik heb hem verdorie goed op mijn blad gekregen. Mokum kende ik van het kinderliedje en krentjebrij lag me beter dan Elixir d’Anvers (en vermoedelijk niet alleen op het vlak van spelling). Helaas was ik in de val getrapt waar de presentatoren nog zo voor gewaarschuwd hadden: bij het herlezen heb ik zeker twee woorden doorgestreept en anders geschreven, hoewel mijn eerste versie juist bleek.  Nu we alles overlopen hadden, steeg er geroezemoes op uit de Kamer. Iemand zei dat hij wellicht tien fouten had. Iemand anders twaalf. Nog iemand anders beschreef het als een ramp. Ik had verwacht dat er eerst een top drie zou komen, maar dat was niet het geval. Na de Nederlandse winnaars werd de naam van Bart Cannaerts genoemd. En daarna de mijne. Ik zat in de finale. <melig> Op dat moment besefte ik niet dat ik de hoofdrol in mijn eigen droom aan het spelen was. </melig>

Over de finale werd achteraf veel gepalaverd. Zonder twijfel is het een uitgekiende zet om de kijkcijfers wat op te krikken. Maar uitgekiende zetten kunnen ook hun charmes hebben. Bovendien luidde de eerste vraag elk jaar of de winnaar een Nederlander of een Belg was. Mij leek het een mooie aanvulling op het plechtige Dictee. Het is wel leuk als Marleen Merckx je naam scandeert om je aan te moedigen. Het was ook handig dat ons Vlaamse team uit een Bart en een Bert bestond. Niet dat de alliteratie ons geholpen heeft – de tomaten-groentesoep werd wel degelijk zo heet gegeten als ze werd opgediend- maar voor mij was het hele Dictee een prachtervaring die zijn weerga niet kent.

Het Boekje met de baard

Op de terugreis naar Antwerpen zat ik naast het vleesgeworden Groene Boekje. Ludo Permentier vertelde over hoe hij jaren geleden, als één van de felste criticasters van het Boekje, gevraagd was om ‘het dan zelf maar te doen’. En dat deed hij. Een jaar lang lag zijn keukentafel vol met paperassen. Het resultaat: de leidraad die ik, samen met alle andere kandidaten, heb doorploegd in de -korte- aanloop naar het Dictee. Toen ik daar op de bus zat te luisteren naar het Boekje in eigen persoon, kon ik niet anders dan eerbied te koesteren voor de man met de baard. Zoiets is niet meer en niet minder dan een titanenwerk. Laten we dat werk in ere houden. Het Boekje, het Dictee, de Van Dale, de pennen… Ze getuigen van ‘een tijdperk dat velen al hebben afgesloten: toen schone spelling nog een punt van eer was’, om de woorden te gebruiken die Corry Hancké na afloop schreef in De Standaard.

Dit stuk werd ook gepubliceerd op Dictees.nl, een aanrader voor al wie zich wil voorbereiden op de zevenentwintigste editie!

Advertenties