Post Tagged ‘hof van assisen’

Om mijn gedichtenresem even te onderbreken, een stuk tekst op de site van De Morgen waarmee ik grotendeels akkoord ga: klik hier om het te lezen.

Eigenlijk heb ik er weinig aan toe te voegen. Voor wie tijd noch goesting heeft om het fragment tot zich te nemen: het gaat er in essentie om dat zowat iedereen tegenwoordig een etiket opgekleefd krijgt. Niemand ontsnapt nog aan de labeltjesdrang van de psychologen. De wereld wordt stilaan onderverdeeld in de Normalen en de Abnormalen, en de weegschaal helt steeds meer over naar die laatste categorie. Zoals in de tekst geschreven staat: als iemand druk is (Attention Deficit: AD) en niet stil kan zitten (Hyperactivity Disorder: HD), krijgt hij meteen het label ADHD opgespeld. Vervolgens zegt men: hij is zo druk en kan niet stilzitten omdat hij ADHD heeft. Zoals meteen blijkt, is dat een cirkelredenering van het grootste formaat. Sociale controle wordt a priori in de kiem gesmoord door met een dergelijk etiket te zwaaien, de ouders worden vervangen door psychologen, psychiaters nemen de taak over van leerkrachten.

Iedereen is anders, laat ons alsjeblieft dit pseudowetenschappelijke hokjesdenken een halt toeroepen voor de hele wereld aan een of andere psychische stoornis gaat lijden. Toen ik een tijdje geleden toeschouwer was op het babymoordproces in het Leuvense hof van assisen, kwamen verschillende autoriteiten van het vakgebied aan het woord. Daar werd duidelijk dat psychologie bezwaarlijk een wetenschap te noemen is in de oorspronkelijke zin van het woord. Vrijwel niets staat met zekerheid vast. Een van die psychologen verklaarde onder ede dat niemand het eens is over een definitieve lijst met kenmerken van autisme.  Toch werden enkele kenmerken opgesomd. Als ik me niet vergis, ging het onder meer over ‘af en toe tijd voor zichzelf nodig hebben’ en ‘zich ongemakkelijk voelen in een grote groep’. Mijn vriend en ik keken naar elkaar en dachten allebei hetzelfde: als dat de kenmerken zijn voor autisme, dan hebben wij het ook. Net zoals sommigen af en toe niet stil kunnen zitten. Vroeger zou men in het eerste geval van bescheidenheid, in het tweede geval van iemand met veel energie gesproken hebben. Of iets dergelijks. Tegenwoordig worden mensen die enkele van de opgenoemde ‘symptomen’ vertonen, spoorslags naar de psychiater gedreven. Ze komen thuis zonder enige aanpak van de oorzaak (als die er al zou zijn) en krijgen tonnen rilatine te slikken, met meer bijwerkingen dan iets anders. Nou moe.

De voorbije week heb ik zowat al mijn vrije uren gespendeerd aan het aanschouwen van het ‘babymoordproces’.
Voor zij die hun miljonairsgeld in een ruimtetoeristische trip gestoken hebben gedurende de laatste etmalen (en ook een beetje voor de Nederlanders): in het Leuvense hof van assisen vond deze week een nogal gemediatiseerde rechtszaak plaats. De feiten zijn als volgt samen te vatten. Een Chiromeisje met de initialen S.S. -o ironie- bracht op 29 september 2008 haar pasgeboren dochter om het leven door haar vijftien minuten lang te verstikken. Donderdagnacht besliste de twaalfkoppige assisenjury dat ze deze feiten opzettelijk en met voorbedachten rade pleegde, en dat ze bovendien volledig toerekeningsvatbaar was, zowel op het moment van de feiten als op het ogenblik van het proces. Zo waren vrijspraak en internering meteen uitgesloten en was het vol spanning wachten op de uitspraak over de strafmaat.

Het was bijzonder boeiend om het proces vanop de eerste rij, in het kielzog van de onvolprezen Machteld Libert, te volgen. In de oude rechtszaal hing een sfeer die respect afdwong, onder meer gecreëerd door de houten tafels van de rechters, de toga’s van rechters, advocaten, griffier en procureur-generaal, het statig binnenschrijden van de juryleden, en het spontaan rechtspringen van alle toeschouwers bij het horen van een oude bel en de woorden ‘het hof’ toen de voorzitter en diens assessoren uiteindelijk binnenkwamen. Pure symboliek of niet, ik hou van de voorgaande respectvolle gewoontes. Dit echter geheel terzijde.

Jury: to be or not to be?

Bij een assisenproces rijst telkens weer de vraag of een jury nog wel van deze tijd is. Of het aloude systeem van een beraad door twaalf leken niet voorbijgestreefd is door de evolutie van onze samenleving. Ik denk van niet.

Ik ben maar wat blij dat de Belgische rechters ook zonder Angelsaksische pruiken respect kunnen afdwingen. De jury zoals in de Verenigde Staten inzetten voor zowat alle zaken, hoe gering ook het belang, lijkt me volstrekt onzinnig. En toch ben ik van mening dat de jury in assisenzaken, die de tand des tijds tot dusver zonder al te veel schrammen heeft doorstaan, een goede en dus voort te zetten traditie uitmaakt.

De naakte democratie

De assisenjury is het prototype van de democratie. Het is een weerspiegeling van de hele samenleving. Bij de oude Grieken werd een hele ekklesia samengeroepen. Die volksvergadering besliste dan om iemand al dan niet uit de maatschappij te verbannen. In de huidige samenleving zou dat archaïsche systeem een te grote organisatie vergen. Toch heeft men na al die eeuwen twaalf juryleden behouden. En dat niet zonder reden. Als er belangrijke beslissingen over ons moeten worden genomen, hebben we maar al te graag dat die op een legitieme basis tot stand komen.

Reeds lange tijd hebben we komaf gemaakt met de absolute vorst die aan een lettre de cachet voldoende had om een ongewenst individu voor onbepaalde tijd op te sluiten. Welnu, drie rechters die over het lot van de beschuldigde zouden beslissen, dat is in essentie niet meer dan een boogscheut verwijderd van die ene absolute vorst die we al tijdenlang verdrongen hebben tot in het staartje van onze ergste nachtmerries.  Daarmee bedoel ik dat de samenleving, in haar sanctionering van gevaarlijke personen, slechts vertegenwoordigd zou zijn door drie personen. Drie personen die zich weliswaar moeten houden aan de algemeen -en dus ook voor hen- geldende rechtsregels, maar die nog steeds maar met zijn drieën zijn én van vlees en bloed. Drie rechters die het lot van een beschuldigde in handen hebben. Drie personen van de elf miljoen Belgen die iemand levenslang kunnen opsluiten of onmiddellijk in vrijheid stellen. Ik weet niet hoe u erover denkt, maar als ík terecht zou staan, zou ik beven.

Recht én ethiek

Het systeem met de twaalf juryleden mag niet buiten discussie staan, maar evenmin mag men de positieve aspecten ervan neutraliseren. Naast de sprekende legitimiteit die ze bezit door de hoedanigheid van spiegel van de democratie en vertegenwoordiging van de bestraffende samenleving, heeft de assisenjury nog een voordeel. Ze houdt rekening met ethische aspecten. Daarmee wil ik niet gezegd hebben dat een jurist geen moreel besef heeft, integendeel. Toch is het een feit dat rechtsgeleerden gedurende hun studie een andere methode van denken hebben aangeleerd. Ze denken niet in termen van goed en fout, maar van juridisch correct en juridisch niet correct. Naar mijn mening is het niet slecht om, naast de uiterst belangrijke juridische aspecten, ook de ethische aspecten in vraag te stellen. Een twaalfkoppige lekenjury, samengesteld uit alle rangen van de samenleving, lijkt me hiervoor in de beste positie.

Daarenboven wil ik de aandacht vestigen op het feit dat de vraag van de schuld bewust is losgekoppeld van de vraag naar de strafmaat. Het beraad over de schuldvraag gebeurt door de jury in volledige afzondering. (Ter illustratie: als de juryleden honger hebben tijdens hun overleg, moet de hoofdman precies tweemaal  de bel luiden en daarna een briefje onder de deur schuiven. Pas dan opent de politie de deur om het voedsel te brengen.) Enkel als de stemming met 7-5 wordt beëindigd (de kleinste minderheid), verschijnen de rechters ten tonele. Ze kunnen zich dan naar keuze aansluiten bij de meerderheid of de minderheid.

Eens iemand schuldig is verklaard, wordt de strafmaat echter bepaald door de drie rechters (de voorzitter van het hof en zijn assessoren) in samenspraak met de jury. Dit vormt volgens mij een voldoende adequate garantie op een behoorlijke uitspraak. Het is tezelfdertijd een geruststelling voor tegenstanders van de zuivere juryrechtspraak. Niemand kan immers enkel door de jury gestraft worden. Altijd worden er drie beroepsrechters betrokken bij de laatste fase van de beraadslaging. De rechters voegen zich bij de jury bij de strafbepaling. Zelfs als iemand schuldig is bevonden door de jury, dan nog kan hij of zij vrijuit gaan. De zaak die ik volgde in het Leuvense assisenhof kan dienen als voorbeeld bij uitstek. De vrouw in kwestie is schuldig bevonden, maar kreeg vijf jaar, waarvan zeven maanden effectief en de rest met uitstel. Die zeven maanden effectieve gevangenisstraf moet ze ook niet uitzitten, want ze zat al zeven maanden in voorlopige hechtenis. Ze is dus schuldig bevonden door de jury, maar moet van de rechters -in samenspraak met de jury- geen straf uitzitten.

Kunnen ze het wel?

Tot slot ga ik niet akkoord met de stelling dat de juryleden onvoldoende onderlegd zouden zijn om een correcte beslissing over schuld of onschuld te nemen. De voorzitter van het hof geeft herhaaldelijk uitleg over hoe ze de schuldvragen moeten beantwoorden. Ook hebben ze toegang tot alle stukken van het dossier en volgen ze de hele procesgang mee. Ze kunnen luisteren naar de eventuele deskundigenverslagen, de getuigenverhoren, de pleidooien van de procureur-generaal, de pleidooien van de verdediging en de laatste woorden van de  beschuldigde. Ze kunnen vragen stellen aan de rechters. Bovendien kunnen de juryleden tijdens hun beraad op elk moment, indien er zich een juridisch probleem stelt, de rechters bij zich roepen. (Echt praktisch durf ik het echter niet noemen, want in een adem wordt ook de hele santenkraam van advocaten, beschuldigde en openbaar aanklager erbij geroepen.)

Over mediageile raadsheren, de parachutemoord en de kracht van de vierde macht

De enige vrees die ik koester is de mate van beïnvloedbaarheid. Strafpleiters zijn net als procureurs vaak geoefende redenaars die hun publiek voor zich proberen te winnen en daar vaak ook in slagen. Het zou jammer zijn als iemand veroordeeld wordt louter wegens de eloquentie van een advocaat. De juridisch vastgestelde feiten moeten mijns inziens steeds het voortouw nemen. Welsprekendheid is goed om correcte gegevens in het belang van de cliënt zo goed mogelijk onder woorden te brengen, maar ook niet meer dan dat. Men moet openlijk vragen durven te stellen bij processen zoals de parachutemoord, waar iemand zonder enig materieel bewijs veroordeeld wordt. In die zaak is gebleken dat het niet onmogelijk is dat juryleden iemand puur op basis van afwijkend gedrag en een duidelijk motief veroordelen, omdat ze zodanig overtuigd zijn door bepaalde pleiters die het mediacircus niet schuwen. Dergelijke zaken zetten de deur op een kier voor bewijsloze veroordeling, wat naar mijn mening nogal haaks staat op het vermoeden van onschuld.

Wat de media betreft, moet ook opgemerkt worden dat ze een bepalende invloed kunnen uitoefenen op de leden van de jury. ’s Avonds komen de juryleden net als anderen thuis om tv te kijken en ’s ochtends lezen ze de krant. Bewust of onbewust nemen zij opinies op die in de media geformuleerd worden. Meningen waarin soms vooruitgeblikt wordt op een mogelijke afloop van het proces. Vanzelfsprekend wordt van hen verwacht dat ze zich van dergelijke artikelen distantiëren om in alle neutraliteit het proces mee te volgen. En toch, het onbewuste valt in deze niet te controleren. Toch kan hier niet al te veel aan verholpen worden, tenzij men het gevaarlijke pad van de censuur durft te bewandelen. Het is immers geen optie om de juryleden gedurende het hele proces in afzondering te plaatsen.

Om af te sluiten: soms is traditie een goede zaak. Stilstaan is niet altijd achteruitgaan. Toch moeten we de juryrechtspraak met enig voorbehoud blijven benaderen. Het debat aanzwengelen kan hier alleen maar bij helpen.

Leve de jury, zolang een eerlijk proces gevrijwaard blijft.

Graag uw mening.