Post Tagged ‘Engels’

Terwijl ik de titel van dit korte berichtje typ, komt het me voor dat anderstalig wel iets weg heeft van allochtoon. Misschien moesten we het ook maar schrappen uit onze woordenschat. Al ben ik nog steeds niet zo’n voorstander van het weglaten van ‘allochtoon’. Daar is echter al zo onnoemelijk veel over gebakkeleid, dat ik er geen brood in zag er nog een hele tekst aan te wijden. Kortheidshalve ben ik van mening dat de angst voor het woord alleen maar de angst voor het fenomeen zelf vergroot. We moeten dus niet het woord wegnemen, maar veeleer de angst ervoor. Zelfs als iedereen die het Verboden Woord -in deze tijden van groteske sociale controle- nog in de mond durft te nemen met opgehaalde neus aangekeken wordt, zullen vooroordelen ten opzichte van allochtonen even reëel aanwezig blijven. Alsof het Westen zijn kijk plotseling fundamenteel veranderd heeft vanaf het ogenblik dat ‘neger’ taboe der taboes werd. Bovendien zijn de -ongetwijfeld goedbedoelde- pogingen om alternatieven te vinden dikwijls nogal lachwekkend. Mocht ik geteld hebben hoe vaak De Morgen iemand beschrijft als zijnde van Marokkaanse origine, dan kwam ik niet toe met een A4’tje. En laat ons eerlijk zijn… dat klinkt toch eerder als het opschrift op een etiket van een Marokkaans product, dan een respectvolle persoonsbeschrijving. Het kan ook aan mij liggen, maar ik verwacht dan elk moment ‘ingrediënten: twee ogen, één neus en kan sporen van schoensmeer bevatten’ te lezen. Daar zie ik meer racisme in dan in een woord dat -excuus- van kop tot teen Oudgrieks is en simpelweg ‘van een ander land’ betekent.

Maar het moet hier eigenlijk om anderstalige literatuur gaan. Wat is daar mee? Geen ene moer, en dat is nu net het probleem. België laat tonnen Engelse literatuur binnenschepen (getuige daarvan: de overspoeling van goedkope boekenbeurzen zoals het Boekenfestijn) en dat is het zowat. Een handvol Murakami’s, een sporadische Fransman en een Scandinavische thriller niet te na gesproken. Wat een gebrek! Om het met de woorden van die Murakami te zeggen: wie alleen maar dezelfde boeken leest als iedereen, kan ook slechts denken zoals iedereen. Het kan de ruimdenkendheid alleen maar ten goede komen als we bijvoorbeeld wat meer Spaanse boeken gaan lezen, of Turkse, of Duitse. Een deel van het probleem is wellicht terug te voeren tot het adagium onbekend is onbemind: je moet eerst een buitenlandse schrijver kennen eer je een boek van zijn hand kan lezen. En de Anglo-Amerikaanse markt heeft, mede dankzij de Engelse lingua franca, uiteraard een enorm afzetgebied. Maar taal is niet los te zien van cultuur en het kan alleen maar positief uitdraaien om de anderstalige literatuur een schop onder de kont te geven. Hoe? Zum Beispiel door artikelen aan te maken of te vertalen op Wikipedia. Ik viel namelijk bijna van mijn uiterst comfortabele draaistoel toen ik zag dat de bio- en bibliografie van de uitmuntende schrijver Timur Vermes slechts in twee talen te raadplegen was: het Duits (evident) en het Tsjechisch. En dat terwijl E.L. James vertaald is in talen waarvan ik niet wist dat ze bestonden. Om de daad ook eens bij het soms al te gemakkelijke woord te voegen: Timur Vermes (auteur van Er ist wieder da) en Christoph Maria Herbst (schitterend stemacteur) zijn vanaf heden ook in het Nederlands te consulteren. Omdat bekend ook bemind is.

Het gebeurt elke dag, maar laat me donderdag jongstleden als voorbeeld nemen.

Ik zat in de les en dat ging zo.
Blablabla blue collars blablabla hoge fee-earners blablabla effective tax rate blablabla issue blablabla poolen blablabla crossborder handel blablabla research and development.

Mijn oren hadden slechts enkele minuten nodig om te beginnen suizen van al dat compleet overbodige Engels.
Mogen we in België niet gewoon aan onderzoek en ontwikkeling doen?
Waarom over blue collars praten als je het over arbeiders kan hebben?
Waarom moeten mensen plots een hoge fee earnen? Mogen ze niet langer goed verdienen of een grote wedde hebben?
Bestaat internationale handel niet meer? Klinkt het pompeuze crossborder dan zo veel beter?

Als je het mij vraagt: integendeel.

Ik kan nu nog enigszins begrijpen dat er een jargon is ontstaan in bepaalde studies en dat men het uiteindelijk gewend is geworden om over dingen zoals research and development te spreken. Maar in godsnaam, waar komen dan die hoge fee-earners vandaan? Dat is zelfs een mengeling van Nederlands en Engels, niet eens consequent dus.

Alsof het lot mij wilde tarten, kwam ik die avond op de trein schuin tegenover een andere taalmiskenner te zitten.
Ik durf er mijn twee typende handen op te verwedden dat hij niet tweetalig was opgevoed. En toch schipperde hij voortdurend tussen twee talen. Midden in een zin sprong hij van het Nederlands op het Engels, à la Astrid Bryan. De kalende spraakwaterval had het schijnbaar over de studies van een kennis.

Enkele flarden uit het gesprek:

“Ik vroeg hem om dat even voor me te doen, maar hij wilde niet. En dat terwijl ik zo veel voor hem gedaan heb. Dan denk ik van: I’m asking for one hour en je doet het nog niet.”

“Wat er ook gebeurt, I don’t care anyway.”

“Hij is zich vermoedelijk aan het voorbereiden op de worst possible outcome.”

Van nature ben ik een rustig iemand, maar geloof me – ik had die kwibus ei zo na uit het openstaande treinraampje gezwierd.

Ik heb het al eerder gezegd en zal het blijven zeggen: durf toch Nederlands te praten! Punt.

Gegroet

De even erg toornige tjiftjaf.