Post Tagged ‘Brussel’

Lees eerst dit blogbericht.

Men zegge het voort: er is goed nieuws uit de vogelwereld! Drie pronte valkjes zijn uit het ei gebroken op de kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele te Brussel. Een succes voor mens en vogel, dankzij het broedproject valken voor iedereen. Op de filmpjes hieronder zie je respectievelijk hoe het eerste jong, geholpen door het wijfje, uit het ei kruipt en hoe de vader, als er al twee valkjes op de wereld zijn, op de valkjes broedt. Met name het tweede filmpje is grappig, want het mannetje blijkt nog van de oude stempel; als hij een ‘nieuwe man’ was geweest, had hij wellicht het valkje aan zijn rechtervleugel niet vergeten. Geen nood echter, want het wijfje komt al aangevlogen met een nieuwe prooi en het mannetje kan weer op jacht.

Advertenties

Dat de hoofdstad Chisinau is en dat het ergens rechts ligt, in het oosten, niet zo ver boven Turkije.
Tot zover mijn oorspronkelijke kennis over Moldavië, die ik pas uit de diepten mijner geest kon halen na enkele overpeinzingen waarin uiterst grappige flashbacks opdoken van voormalige leerkrachten aardrijkskunde.

Die schamele puntjes werden gisteravond voorzien van een breed cultuurhistorisch reliëf – asjemenou!
Rond een uur of halfzeven op een perron in de stad van het Manneke Dat Gaarne Urineert had ik, samen met een medeforens, het heuglijke genoegen een Moldavische jonkvrouw tegen het lijf te lopen – afijn, figuurlijk dan.  Ze had iets mee van een airhostess, met haar opvallende sjaaltje. Ze sprak ons aan en vroeg of deze trein wel echt naar zijn bestemming zou gaan en of hij niet zou ‘splitsen’, want dat gebeurde soms, zei ze, en daar had ze een hekel aan. Die treinen in België. Niet te doen. Ik vond haar op slag sympathieker.

Wij moesten toevallig dezelfde richting uit en daar was ze blij om. Zo konden we haar tonen waar ze moest uitstappen.
Ergo mejuffrouw de Moldavische -nomen nescio- wipte haar kastanjebruine lokken achterover en nam plaats naast ons in de krakkemikkige treincoupé. Leuk.

“I study communication”

Mijn ogen waren nog maar net bijgekomen van de Moldavische reisgezellin, toen ze het bewijs begon te leveren ook een spraakwaterval te zijn. Nu ja, we hadden het aan haar eerste zin al kunnen weten: “I study communication.”
Ze is aan twee universiteiten tegelijk ingeschreven, een in Moldavië en een in Brussel. In Moldavië studeert ze toerisme omdat ze graag reist. Ze kent naar eigen zeggen zes talen. Maar dat is niet voldoende, want in Moldavië kan je doctor of professor voor je naam staan hebben, je verdient er nauwelijks je brood mee. Enkel als je een familiebedrijf uit de grond kan stampen, en dat was haar ouders gelukkig gelukt.

Door haar niet onfortuinlijke lotsbestemming kon ze het zich veroorloven naar Brussel te komen om zich toe te leggen op communicatie in al zijn facetten, onder meer het doceren van Moldavische cultuurwetenschappen aan leergierige medereizigers, juist ja. Haar nonkel springt bij als sporadische gastheer annex geldschieter. En geld, daar draait alles om in Moldavië. Volgens de babbelgrage nimf krijg je aan een Moldavische unief pas je voldoende op zak als je uit diezelfde zak zo’n 10 euro opdiept. Ik schrok mij een ongeluk. De onverholen corruptie buiten beschouwing gelaten is dat bedrag niet veel. Behalve dan als je weet dat een gemiddelde leraar het moet stellen met een maximumwedde van 200 euro per maand. En dat de consumptieprijzen in het land van de Daverende Mollen  niet veel lager liggen dan bij ons. Weeral bijgeleerd.

“All Flemish people are racists”

Wat doe je als een willekeurige buitenlandse op je trage intercity opduikt en beslist om de bijna twee uur durende rit naast je door te brengen? Vragen naar haar eerste indruk van België. En dat was me er eentje. Cherry beer en chocolat kwamen pas veel later bovendrijven, het eerste wat ze zei was bovenstaande quote. Verontwaardigd als we waren, spraken we haar tegen in ons beste Engels, maar het mocht niet baten. De Moldavische 19-jarige haalde een stuk of vijf concrete voorbeelden aan om haar stelling te staven. Ze leren daar duidelijk wat, in communicatiewetenschappen. Mevrouw had ons bijna onder het minuscule treintafeltje gepraat toen een sympathieke twintiger opdook. Hij was kandidaat-gerechtsdeurwaarder. Ik dacht bij mezelf: de trein nemen kan dus tóch nog aangenaam zijn. Hij stond ons bij in de verdediging van Vlaanderen en België, hij zei dat de hetze zich voornamelijk afspeelde op politiek niveau en hij overtuigde haar ei zo na van het feit dat een Vlaming die in de Ardennen een Waal ontmoette deze niet meteen een kopje kleiner zou maken. Oef. De burgeroorlog was afgewend. Ik had al veel gehoord over ons imago in het buitenland, maar dit was toch de eerste eigen ervaring.

In Moldavië hebben ze, net zomin als bij ons, bergen. Er is ook geen zee te bespeuren, enkel bos.
Hun traditionele geil gerechtje zou Zama heten. Of zoiets.
Uit haar Engelse woordenvloed kon ik opmaken dat het een heel speciale groentensoep was.
Dat iedereen er stapelzot van was, in het verre Moldavië. En dat we het zeker ook eens moesten proberen. Maar dan moesten we wel naar Moldavië gaan, want de ingrediënten zijn enkel daar te vinden. In een flits zag ik een gesluierd omaatje voor mijn geestesoog, compleet met bamboestok in de hand, roerende in een soortement maniokketel, terwijl ze mompelt “nu nog twee keutels van de Tasmaanse Duivel”. Ik hou het voorlopig bij een kleintje met ketchup.