Archief voor de ‘Kunst’ Categorie

Het is op poten gezet door het prestigieuze literaire tijdschrift De Gids in samenwerking met de designstudio Hubbub en het is fenomenaal: het interactieve onlineschrijfspel Your Daily Victory Boogie Woogie. Dit experiment wordt financieel ondersteund door het Nederlands Letterenfonds en is een wereldprimeur die van het internet gebruik maakt om bekende schrijvers met het grote publiek te laten samenwerken en zo tot een variabel verhaal annex collage te komen.

Uit wat ik tot dusver heb gelezen en ontdekt, maak ik op dat het om een ingenieus staaltje van experimenteel associatief schrijven gaat. Een samenwerking tussen professionele bekende Nederlandse schrijvers enerzijds en het spelerspubliek anderzijds. Alle personen die zich aanmelden voor het literaire project krijgen vroeg of laat opdrachten doorgestuurd waarmee ze aan de slag gaan. Iedereen schrijft op die manier een deel van een verhaallijn uit en alles krijgt stukje bij beetje vorm. Alle spelers houden rekening met wat al eerder is geschreven over hun onderwerp. De gelukkigen krijgen zelfs één van de personages toegewezen om al schrijvend vorm te geven. Een echte Mondriaan komt tot stand, zou je kunnen zeggen. En toevallig draait heel het verhaal daar ook rond: Magda Vlekveld lokt de wereldpers na haar ontdekking van een vroege versie van Piet Mondriaans schilderij Victory Boogie Woogie.

Het concept ziet er op z’n zachtst uitgedrukt veelbelovend uit. Mijn aanmelding heeft dan ook slechts luttele seconden op zich laten wachten. Einde loftuiting. Meer info en inschrijvingen hier en op de site zelf.

Advertenties

Fatih, Ikke en Froze geven met Ho’s en bling bling een ronduit fantastische reactie op het fenomeen De Wever en diens al te zotte uitlatingen, onder meer over de hiphopcultuur. Luister en geniet.

 

Zie: Rauw en Onbesproken

Terwijl ik me afvroeg of een ei zichzelf als tweeklank ziet, stroomden de laatste douchestralen van me af.
Toch bizar dat de wereld de zwaartekracht niet officieel ontdekte totdat Newton zijn appel zag vallen.
Die waterstralen zouden anders gewoon blijven hangen, of misschien wel omhoog druppelen. Stel je voor: omgekeerde stalactieten.

Om op Newtons appeltje terug te komen, daarnet had ik een openbarinkje. (Leuk verkleinwoord trouwens, hoewel het rood onderstreepsel er blijkbaar andere gedachten op nahoudt.) De appel heeft zo te zien nogal een rol gespeeld op aarde, zowel op het vlak van kunst als op het vlak van mythologie en zelfs wetenschap.

We kunnen denken aan de twistappel die de al even twisterige godin Eris in een jaloers vrouwenmidden gooide, waarna de meesterschaker Paris aan zet was. Of aan Karel Appel die ook voor een twist zorgde doordat zijn schilderij Vragende kinderen in het Amsterdamse stadhuis voor een rel zorgde. Of aan Eva die zichzelf niet kon bedwingen om de duivelse vrucht te eten. Ook in onze spreekwoorden is hij nooit ver weg. We schillen allemaal wel eens een appeltje met iemand, bijten soms door een zure heen en houden er altijd eentje voor de dorst. Sommigen durven zelfs appelen voor citroenen te verkopen. Zeker als ze het geleerd hebben van hun ouders, want de appel valt natuurlijk niet ver van de boom. Wie zijn appelen niet verkoopt, eet ze zelf op, want an apple a day keeps the doctor away. En als dat nog niet genoeg is: in Tasmanië worden de inwoners appeleters genoemd. Tasmanië, dat is pas het paradijs voor appelige spreekwoorden. She’s fine wordt daar she’s apples.

’t Is maar dat je ’t weet, de wereld sluipt zo langzaamaan zijn appelig armageddon tegemoet.
We worden overspoeld, overrompeld door appels.
Zou dat de reden zijn dat ik er veel te weinig eet?
The Judgement of Paris

Hendrick van Balen the Elder [Public domain], via Wikimedia Commons

Waarde frieten- en kroketteneters

U zult het niet geloven, maar vandaag ben ik een letter binnengewandeld.

Enkele geniale malloten -zo u wil malle genieën- hadden destijds het idee opgevat om van M een museum te maken in Leuven.
Vandaag dacht ik: als zij een idee kunnen opvatten, dan kan ik dat ook. Met name: M binnenwandelen.

Waar dat binnenwandelen wegens acuut bezoekersgebrek in opperbeste condities geschiedde, was het museumstruinen zelf wat moeilijker, vanwege het feit dat ik mij achter een gids met aanhangsels (lees: 30 schoolkinderen) door de domus artis verplaatste.
Zeer strategisch weliswaar, aangezien ik op die manier een gratis graantje kon meepikken van uitleg over middeleeuwse missen die drie uur duurden, uitwerpselmachines, getatoeëerde varkens en seksende skeletten van een zekere Delvoye (hoewel die kunstwerken nergens te bekennen waren – ik ben speciaal nog eens op mijn stappen teruggekeerd, dat spreekt).
Vijf kunstenaars waarvan ik hun werk en/of idee de moeite vond:

August Knip, wegens de prachtige landschapsschilderijen.
Jan Brueghel de Oude, omdat het niet altijd Pieter moet zijn.
James Ensor, vanwege de prachtige pentekeningen.
Constantin Meunier, omdat hij beelden maakte van onbekende werkmensen. En omdat één van die beelden ‘de puddeler’ ofte puddelaar getiteld was, ik dientengevolge enkele seconden dacht dyslectisch te zijn, doch later ontdekte dat dit een ijzerwerker is die erts omroert. Weeral bijgeleerd.
Wannes Goetschalckx, wegens de benadrukking van ons routineuze, ritmisch herhalende en misschien wel vooral onbeduidende leven, voorgesteld door verschillende installaties, onder meer in zijn werk ‘Without’ voor de biënnale van 2010 in Liverpool.

Vooral de laatste trok mijn aandacht wegens zijn meer dan interessante gedachtegoed.

Gezien de complete nutteloosheid van museumbesprekingen (ik heb de stellige indruk dat smaken op het gebied van kunst nogal durven te verschillen), laat ik u verder in het ongewisse.

Gegroet

P.S. Als u ooit ook eens de vermaarde letter zou binnenwandelen, begeef u en al uw gelederen dan richting dakterras.
Het is gigantisch, u geniet er een niet te versmaden uitzicht over de potteriaanse universiteitsbibliotheek én als u geluk heeft, bent u er volledig alleen. Leuk is dat.

Slinkachu, Christopher Boffoli en Allan Teger. Drie van mijn kunstidolen. Ze zijn totaal vernieuwend in wat ze brengen en ze brengen niets minder dan eyecandy voor de hedendaagse (miniatuur)kunstliefhebber. De één heeft de andere al wat geïnspireerd, maar allen brengen ze hun minimensjes toch op een duidelijk te onderscheiden manier naar voor. Een klein overzicht.

Slinkachu is vooral bekend van zijn project Little people in the city. Op doodnormale plaatsen in verschillende wereldsteden zoals Londen heeft hij zijn mensjes neergepoot. Op het eerste gezicht merk je ze niet op. Je ziet bijvoorbeeld een foto van een vuilnisbak. Maar dan ga je van dichtbij kijken en je ziet een spectaculair tafereel met kleine mannetjes, ingepast in het stadsdecor.

Christopher Boffoli begon in 2007 met zijn werk, geïnspireerd door het boek Gulliver’s Travels van Jonathan Swift. In dat boek komt de hoofdpersoon onder andere terecht op het denkbeeldige eiland Lilliput (vandaar de naam ‘lilliputter’ voor iemand met dwerggroei). Hier vind je een artikel over zijn werk.

Allan I. Teger staat nu al bijna zeventig jaar in het leven en werkt met naakte lichamen als landschap voor daarin figurerende miniatuurmannetjes. Hij speelt met de verhouding tussen perceptie en realiteit. De bedoeling is dat je het kunstwerk eerst als een landschap met mannetjes ziet en pas later merkt dat het decor eigenlijk een naakt lichaam is. De man noemt zijn werk dan ook lichaamschappen.

De werken zijn stuk voor stuk het bekijken waard, maar kunnen hier wegens auteursrechten niet gepubliceerd worden. Gelieve zeker eens op de links te klikken om de websites van de kunstenaars te bezoeken.

Moderne kunst spreekt me gewoonlijk veel minder aan dan de klassiekers, vooral als het niets meer voorstelt dan een mosselpot of een blauw vlak met een witte streep erdoor, maar soms kan het me dus wel bekoren. Deze drie mannen hebben getoond dat ook hedendaagse kunst heel origineel kan zijn. Je hebt ook totaal andere types moderne kunst, bijvoorbeeld van Marina Abramovic. Wat vind jij van moderne kunst?