Archief voor de ‘Fotografie en reizen’ Categorie

Als sympathisant van de Vlaamse Jeugdherbergen vzw ben ik al enkele jaren corrector van het ledentijdschrift Backpackers. Toen ik een mail kreeg van de VJH, verwachtte ik dan ook de teksten voor het volgende nummer. Het bleek echter te gaan om een infobrief over The Big Blog Exchange, een prachtig uitwisselingsproject van Hostelling International, in Vlaanderen vertegenwoordigd door VJH.

Het hele idee spreekt me enorm aan. Het scheelde geen haar of ik had mijn kandidatuur ingediend, maar helaas steekt de datum (zie onderaan) er een niet onaanzienlijk stokje voor. Vandaar mijn oproep aan hen die wel vrij zijn op dat moment: ga ervoor en laat de wereld zien hoe bloggers verschillende culturen dichter bij elkaar kunnen brengen.

Je hoeft geen bekende criticus te zijn. Een immens arsenaal volgers wordt evenmin vereist. Blog je niet over politiek of actualiteit? Het onderwerp van je blog maakt geen ene moer uit. Een Indiër kan plots blijven hangen op een Belgische blog over cupcakes en misschien tussen de regels iets oppikken over onze levensstijl. Een blog is een uniek instrument om grensoverschrijdend gedachten uit te wisselen en om interesse in andere culturen aan te wakkeren. Dat is waar The Big Blog Exchange voor staat. Deel je die missie? Grijp je kans.

Wanneer? Registreer je tussen vandaag 1 maart 2013 en 15 april 2013 op deze website.

Wat?            16 winnaars ruilen van 7 tot en met 17 juni hun leven met dat van een blogger in een ander land.
En dat alles volledig gratis, met wat geld erbovenop. Natuurlijk blog je over je ervaringen.

Meer info?  Klik hier.

 

Witjes

Geplaatst: 16 januari 2013 in Fotografie en reizen
Tags:, , , , ,

DSC05257 DSC05256 DSC05254 DSC05248 DSC05245 DSC05233 DSC05235 DSC05237 DSC05239 DSC05244 DSC05219 DSC05215 DSC05212 DSC05210 DSC05206 DSC05188 DSC05195 DSC05196 DSC05202 DSC05203 DSC05179 DSC05155 DSC05149 DSC05173 DSC05163 DSC05137 DSC05127 DSC05161

Ik ben terug van Zwitserland
en zo is ook mijn huid.

Ik ben een klein beetje gezwitserd
en mijn huid is een klein beetje gebruind.

Ik vind dat huid niet mag gebruind zijn
als men van Zwitserland komt.

Ik vind dat het moet witten
– huid en fontanel –
en wij de messen moeten wetten
een tatoetje moeten branden
een tatoetje flambé au caramel.

Ik moet meer reisdocumentaires bekijken. Dat is mijn conclusie na het zien van Around The World in 20 Years, waarin Michael Palin een Indiase kapitein over wie hij 20 jaar geleden een docu maakte, opnieuw opzoekt. Het gaat om de kapitein van de al-Sharma, een dhow (oud Arabisch schip met grote laadruimte). Mijn voornemen om ooit naar India te gaan is meteen ook bevestigd.

Binnen Europa heb je culturele verschillen, maar erbuiten nog veel meer. Zo bezit Mumbai de grootste wasserij ter wereld, en dan nog in open lucht. Iedereen kan er terecht om zijn broeken, rokken, T-shirts en truien onder handen te laten nemen door de wasjongens en -mannen. De was wordt er letterlijk proper geklopt op zware grijze stenen. Vaak komen daarbij een aantal knopen los, maar dat nemen de Indiërs er graag bij. Dhobi Ghat heet het fenomeen.

Daarnaast bezoekt Palin de geboortestreek van Mahatma Ghandi waar alcohol verboden is, behalve voor buitenlanders die een kopie van hun identiteitskaart voorzien. Ook de moeite waard zijn de merkwaardige treinen, volgepakt met koeriers die op hun hoofd gigantisch veel lunchpakketten meesjouwen om ze af te geven aan de echtgenoot van moeder de gans; de eeuwenoude verlaten tempels en de op instorten staande maharadjapaleizen.

Maar de reis begint niet in India, de reis begint in Dubai, dat volgens een ooggetuige annex vage kennis mijnerzijds zodanig decadent aandoet dat het bijna ondraaglijk wordt. Klikken en kijken dus, tenzij u mijn bevelen rauw lust, met een snuifje peper.

In tijden waarin Theofiels potvisvet wordt omgetoverd in biobrandstof, een groepje niet onfrisse Friese ‘rayonhoofden’ de langverwachte Âlvestêdetocht niet laat doorgaan en broodnodige VN-resoluties door überopportunistische Chinezen en Russen in de kiem gesmoord worden, ben ik teruggekeerd uit de Ardense hoogten.

Daar was te weinig sneeuw om zonder beenbreuken te kunnen langlaufen, maar genoeg sneeuw om met net geen beenbreuken een idyllisch opwaartse tocht te ondernemen in een zogezegd toeristisch doch des winters blijkbaar uitgestorven Luxemburgs provinciestadje.

Een kapelletje, een panoramapunt met zuilen vol ‘here I was’-graffiti en een witte bosgrond die glooiend naar beneden liep. Even vier dagen in de echte wereld. Een rosse vos, de eerste die ik van zo nabij gezien heb, spurtte door het struikgewas. Elk geluid werd door de sneeuw gedempt. Ook nog een wolf gezien, maar deze niet in het wild, wel in een wildpark. En … er was een tak die mijn onfortuinlijke rechtervoet besloot aan te vallen.

Ik zou terugkeren voor een everzwijn. En nog eens voor een hert.
Misschien volgende winter, muchachos.

La Roche

Dat de hoofdstad Chisinau is en dat het ergens rechts ligt, in het oosten, niet zo ver boven Turkije.
Tot zover mijn oorspronkelijke kennis over Moldavië, die ik pas uit de diepten mijner geest kon halen na enkele overpeinzingen waarin uiterst grappige flashbacks opdoken van voormalige leerkrachten aardrijkskunde.

Die schamele puntjes werden gisteravond voorzien van een breed cultuurhistorisch reliëf – asjemenou!
Rond een uur of halfzeven op een perron in de stad van het Manneke Dat Gaarne Urineert had ik, samen met een medeforens, het heuglijke genoegen een Moldavische jonkvrouw tegen het lijf te lopen – afijn, figuurlijk dan.  Ze had iets mee van een airhostess, met haar opvallende sjaaltje. Ze sprak ons aan en vroeg of deze trein wel echt naar zijn bestemming zou gaan en of hij niet zou ‘splitsen’, want dat gebeurde soms, zei ze, en daar had ze een hekel aan. Die treinen in België. Niet te doen. Ik vond haar op slag sympathieker.

Wij moesten toevallig dezelfde richting uit en daar was ze blij om. Zo konden we haar tonen waar ze moest uitstappen.
Ergo mejuffrouw de Moldavische -nomen nescio- wipte haar kastanjebruine lokken achterover en nam plaats naast ons in de krakkemikkige treincoupé. Leuk.

“I study communication”

Mijn ogen waren nog maar net bijgekomen van de Moldavische reisgezellin, toen ze het bewijs begon te leveren ook een spraakwaterval te zijn. Nu ja, we hadden het aan haar eerste zin al kunnen weten: “I study communication.”
Ze is aan twee universiteiten tegelijk ingeschreven, een in Moldavië en een in Brussel. In Moldavië studeert ze toerisme omdat ze graag reist. Ze kent naar eigen zeggen zes talen. Maar dat is niet voldoende, want in Moldavië kan je doctor of professor voor je naam staan hebben, je verdient er nauwelijks je brood mee. Enkel als je een familiebedrijf uit de grond kan stampen, en dat was haar ouders gelukkig gelukt.

Door haar niet onfortuinlijke lotsbestemming kon ze het zich veroorloven naar Brussel te komen om zich toe te leggen op communicatie in al zijn facetten, onder meer het doceren van Moldavische cultuurwetenschappen aan leergierige medereizigers, juist ja. Haar nonkel springt bij als sporadische gastheer annex geldschieter. En geld, daar draait alles om in Moldavië. Volgens de babbelgrage nimf krijg je aan een Moldavische unief pas je voldoende op zak als je uit diezelfde zak zo’n 10 euro opdiept. Ik schrok mij een ongeluk. De onverholen corruptie buiten beschouwing gelaten is dat bedrag niet veel. Behalve dan als je weet dat een gemiddelde leraar het moet stellen met een maximumwedde van 200 euro per maand. En dat de consumptieprijzen in het land van de Daverende Mollen  niet veel lager liggen dan bij ons. Weeral bijgeleerd.

“All Flemish people are racists”

Wat doe je als een willekeurige buitenlandse op je trage intercity opduikt en beslist om de bijna twee uur durende rit naast je door te brengen? Vragen naar haar eerste indruk van België. En dat was me er eentje. Cherry beer en chocolat kwamen pas veel later bovendrijven, het eerste wat ze zei was bovenstaande quote. Verontwaardigd als we waren, spraken we haar tegen in ons beste Engels, maar het mocht niet baten. De Moldavische 19-jarige haalde een stuk of vijf concrete voorbeelden aan om haar stelling te staven. Ze leren daar duidelijk wat, in communicatiewetenschappen. Mevrouw had ons bijna onder het minuscule treintafeltje gepraat toen een sympathieke twintiger opdook. Hij was kandidaat-gerechtsdeurwaarder. Ik dacht bij mezelf: de trein nemen kan dus tóch nog aangenaam zijn. Hij stond ons bij in de verdediging van Vlaanderen en België, hij zei dat de hetze zich voornamelijk afspeelde op politiek niveau en hij overtuigde haar ei zo na van het feit dat een Vlaming die in de Ardennen een Waal ontmoette deze niet meteen een kopje kleiner zou maken. Oef. De burgeroorlog was afgewend. Ik had al veel gehoord over ons imago in het buitenland, maar dit was toch de eerste eigen ervaring.

In Moldavië hebben ze, net zomin als bij ons, bergen. Er is ook geen zee te bespeuren, enkel bos.
Hun traditionele geil gerechtje zou Zama heten. Of zoiets.
Uit haar Engelse woordenvloed kon ik opmaken dat het een heel speciale groentensoep was.
Dat iedereen er stapelzot van was, in het verre Moldavië. En dat we het zeker ook eens moesten proberen. Maar dan moesten we wel naar Moldavië gaan, want de ingrediënten zijn enkel daar te vinden. In een flits zag ik een gesluierd omaatje voor mijn geestesoog, compleet met bamboestok in de hand, roerende in een soortement maniokketel, terwijl ze mompelt “nu nog twee keutels van de Tasmaanse Duivel”. Ik hou het voorlopig bij een kleintje met ketchup.

BOEM

PAUKESLAG

Daar ligt alles                                           PLAT

Op donderdag 8 september 2011 was ik in de Tsjechische hoofdstad Praag getuige van een manifestatie
uit solidariteit met de drie Tsjechische ijshockeyspelers die op woensdag 7 september om het leven kwamen bij de vliegtuigcrash van de Yak 42 nabij Jaroslavl.Plots kwamen mensen massaal bijeen op het  oude stadsplein, waar ze kaarsen en bloemen plaatsten bij de foto’s van de slachtoffers, en Tsjechische leuzen scandeerden. Ook werd er een tent opgericht waarin men een rouwregister kon tekenen. Wat later werd een podium opgetrokken waarop drie grote foto’s van de slachtoffers stonden. En om het toch een beetje oosters te houden, kon het groepje jongeren-met-voetzoekers natuurlijk niet ontbreken; we zagen ze op het Wenceslasplein, met Tsjechische vlaggen in de hand. Vooral die kaarsenhoop die van dag tot dag groeide, wekte mijn belangstelling. Solidarita, quoi. Dat vind je hier niet, of toch niet in die mate.
Aangezien het bovenstaande een onfortuinlijk toeval betreft dat geen verdere weerslag had op onze reis -behalve dan het feit dat het vooruitzicht op een terugvlucht er misschien een ietsepietsie minder rooskleurig door werd, bovenop 9/11- moet ik hieronder eigenlijk nog beginnen met het reisverslag.
We vertrokken met een ware gayvlucht op de Pink Lady van Wizzair. Bijna een uur vertraging, maar ook slechts een uurtje vliegen, dus dat maakte niet veel uit. We maakten een vriendelijke taxichauffeur 600 kronen rijker, stapten Residence Bologna binnen en maakten kennis met Poging Tot Afzetterij Nummer 1. Omwille van de ruimte hadden we de grote zolderkamer geboekt, maar de receptionist drukte me een verzoek tot voorafgaande betaling op het hart en een sleutel van drie verdiepingen lager in de hand. We lieten Mister Money nog even op zijn geld wachten en bezichtigden snel de kamer, om direct daarna terug naar beneden te gaan en de receptionist duidelijk te maken dat we de foutieve kamer hadden gekregen, wat hij uiteraard wist en afdeed als een foutje van de firma. Alert zijn is de boodschap in Tsjechië. De reisgids had niet gelogen toen hij het had over ‘Tsjechische horeca-uitbaters die het als een daad van patriottisme beschouwen om buitenlanders af te zetten’.

We kwamen ’s morgens aan, dus we hadden nog een hele dag om Praag te verkennen. Op naar de oude markt. In een van de hoeken vonden we wat rest van het raadhuis, met aan de gevel de beroemde astronomische klok. Zeer mooi en authentiek, uitgerust met interessante sterrenkundige verwijzingen … én beeldjes die er elk uur uitkomen. Dat laatste was een kleine ontgoocheling, ongeveer van dezelfde aard als op het moment dat je Manneken Pis voor het eerst ziet: het stelt veel minder voor dan verwacht en toch stroomt er elk uur een massa volk naartoe.

Wel de moeite waard zijn de talrijk aanwezige kerken. In de buurt van het grote marktplein vind je bijvoorbeeld de prachtige Sint-Nicolaaskerk met zijn groene minaretachtige torentjes (zie foto) en de Týnkerk met zijn onvolprezen gouden interieur. Het oude stadsplein geeft uit op verschillende straten, waaronder Parizska, een winkelstraat waar je best geen gat in je hand hebt als je nog enkele kronen wil overhouden. Toch wel leuk om er eens over na te denken wie zo zot is om een gsm van een miljoen te kopen in de plaatselijke luxeshop…

-wordt vervolgd-